DRIE CASESTUDY'S

K. heeft zo’n twee jaar geleden een schrijfcursus gevolgd. Op het eind is hij helemaal gemotiveerd om aan zijn eerste roman te beginnen. Na anderhalf jaar is het zover en heeft hij de eerste versie klaar, die hij – met een beetje schroom – laat lezen aan mensen in zijn omgeving. Die vinden het wel goed, maar zelf twijfelt hij toch. Kan hij hiermee al naar een uitgever stappen? Of zou hij het beter in eigen beheer uitgeven? Zit er überhaupt iemand te wachten op zijn verhaal?

K. neemt contact op met de Tekstologen, die zijn manuscript lezen en er het potentieel van inzien. Maar het is duidelijk dat er ook nog aan gewerkt moet worden. Ze maken de volgende afspraak met K. : de Tekstologen zullen feedback geven op de eerste 25 pagina’s van het manuscript, die K. nadien zal verwerken. Hij zal aan de hand van die feedback ook de rest van het verhaal aanpassen. Als hij daarmee klaar is, lezen de Tekstologen de volgende 50 pagina’s na. Veel van de opmerkingen die de tekstologen hebben gemaakt zijn al toegepast, dus die 50 pagina’s nalezen gaat zo snel als de eerste 25. Die feedback, tips en suggesties verwerkt K. opnieuw voor de rest van het verhaal. Er volgt nog één sessie, waarin de Tekstologen het hele manuscript een laatste keer doorlezen, van commentaar voorzien en er alle spellings- en grammaticale foutjes uithalen. K. krijgt een aantal suggesties van uitgevers die mogelijk geïnteresseerd kunnen zijn in zijn roman.

Op dit ogenblik onderhandelt K. met één uitgever die echt geïnteresseerd is. Waarschijnlijk komt zijn debuut volgend jaar in de herfst op de markt.

 

S. is een Vlaamse die in Nigeria woont en werkt. Ze heeft er een ngo opgericht, waarmee ze aan de plaatselijke bevolking microkredieten verstrekt. De ngo leeft van schenkingen, en elke maand schrijft S. een nieuwsbrief voor haar sponsors en een blog met nieuws over haar leven in Nigeria.

Op een dag neemt ze contact op met de Tekstologen. Kunnen die haar helpen om haar blog interessanter te maken en om haar nieuwsbrief er iets minder als een bedelbrief te laten uitzien?

De Tekstologen maken met S. de volgende afspraak: een jaar lang zullen ze drie uur per maand feedback geven op haar blog en nieuwsbrief en tips geven hoe S. na dat jaar zelfstandig verder kan. En zo begint de samenwerking. De tekstologen wijzen S. op online hulpmiddelen om betere teksten te schrijven,  zeggen haar hoe ze in Nigeria haar Nederlands op peil kan houden (want dat is al sterk beïnvloed door het Engels dat ze elke dag hoort en spreekt), en pluizen de teksten van S. helemaal uit.

In het begin is S. een beetje ontmoedigd, want na een feedbacksessie lijkt het of er van haar oorspronkelijke tekst niet zo heel veel overblijft. Maar de Tekstologen vertellen haar dat dat normaal is, en dat ze nu eenmaal door deze fase heen moet. En al snel zien ze verbetering. S. houdt rekening met de tips en adviezen en na een paar maanden worden haar teksten veel beter. Ze krijgt ook complimentjes van haar lezers. Op het einde van het jaar gaat S. zelfstandig voort. Haar nieuwsbrieven en blogs hebben het niveau gehaald dat ze voor zichzelf als norm had gesteld, en ze voelt zich zeker over wat ze op papier zet.

 

V. volgt een cursus creatief schrijven. Een maand na afloop neemt ze contact op met de docent (die een Tekstoloog is): ‘Weet je nog die oefening in de cursus? Ik had toen een idee voor een verhaal, en dat laat me niet meer los. Ik móét dat gewoon opschrijven.’

V. en de Tekstologen maken de volgende afspraak: gedurende een jaar zullen de Tekstologen V. begeleiden en één dag in de maand intensief met haar samenwerken, tot haar hele verhaal op papier staat.

Ze beginnen met de opmaak van een schrijfplan, het uittekenen van de personages en de eerste scènes. V. schrijft geobsedeerd elke dag op een vast tijdstip een paar uur en heeft al snel 50, 60 pagina’s bij elkaar. De Tekstologen  lezen alles na en geven commentaar. V. stuurt bij en schrijft verder. Al snel heeft ze zoveel scènes bij elkaar dat het hele verhaal in elkaar kan worden gepuzzeld. En zo ziet V. de roman die ze in gedachten had voor haar ogen werkelijkheid worden. Na 9 maanden heeft ze de eerste versie klaar van een kloeke eersteling van zo’n 350 pagina’s. Die worden in de loop van de volgende maanden verfijnd tot V. helemaal tevreden is met het resultaat. Op dit moment zit ze in de eindfase. Over een maand ongeveer sluit ze het schrijfproces af en gaat ze op zoek naar een uitgever.

 

Eén keer per maand tips waar u écht iets aan hebt? Mis ze niet!

 

Ah, bent ú die witte raaf?
Gefeliciteerd!

Dan is het nu tijd om
uw vleugels uit te slaan.